De legendarische nepgeldwagen

Kale boomtakken steken onheilspellend af  tegen een grauwe hemel. Een vliegtuig dendert laag over. Ik ben in het Amsterdamse Bos. Waar over het  grasveld een  wandelaar, diep weg gedoken in z’n jas, z’n hond uit laat. Luid blaffend rent deze  achter eenden aan, die op het laatste moment wegvliegen.  Als er dan toch reïncarnatie bestaat  wil ik later terug komen als eend.  Een eend kan namelijk duiken, vliegen en waterskiën. Op de koop toe, neukt die nog alles wat los en vast zit. 

Om precies acht uur in de ochtend kom ik aangereden. Exact op tijd. Ik stap uit en loop naar Wijnand, bijgenaamd ‘die Lange’, mijn  maat waar ik een loopafspraak mee heb. Ik geef hem een hand. Waarmee tevens onze ochtendtraining  een aanvang mee neemt. Het trainingsrondje is meestal tussen de vijf- en acht kilometer lang. Een perfecte bezigheid om elkaar, ongestoord  bij te praten over onze aanstaande klussen. Waarbij we ook nog eens werken aan onze conditie.

Voor mij waren die loopsessies altijd een slijtageslag.  Vooral als die Lange besluit om de grote ronde te rennen. Telkens sleep ik mij daar doorheen. ‘Luister ouwe,’ zegt ‘íe onder het rennen,  terwijl hij mij aan m’n mouw dicht naar zich toe trekt. ‘Ik heb je twee pitbulls nodig als bewaking van een loods. Wij zijn ergens mee bezig, maar kan je nog niet vertellen wat. Voor die klus hebben wij ook lege geldkoffers nodig’, vervolgt hij, terwijl hij de eeuwige druppel aan z’n neus opsnuift. ‘Als jij met Mel ergens een koffer ‘trekt’, gooi die dan niet weg, maar geef hem aan mij’. Die geldkoffers is oké, antwoord ik, ‘Maar Stoney en Sneakey, m’n pitbulletjes, zijn zó verwend, die gaan echt niet in een ijskoude loods slapen. Bij mij thuis liggen die beestjes onder een donsdek’, besluit ik’. 

‘Mijn zorg’ antwoord Wijnand en komt direct met een tweede vraag. Die ik wél positief kan bevestigen. Of ik voor hem een groot dekzeil kon maken in de zeilmakerij van mijn vader. Compleet met bevestingsringen en rubbers. Natuurlijk kan ik dat. Maar dan moet hij eerst vertellen waar het over gaat. ‘Luister ouwe’, gaat hij verder, ‘We zijn met een paar gasten een replica van een Brink-Geldauto aan het maken in een loods. En daar kunnen wij geen pottenkijkers bij hebben. Daarvoor hebben wij die twee pitbulls van jou nodig. Als die geldwagen klaar is willen wij daar mee proefrijden. Het is dan gek en opvallend, als uit een loods in Zwanenburg, een geldwagen van Brink te voorschijn komt. ‘Met dat dekzeil moet het lijken op een vrachtwagentje’, “bergrijpo” besluit hij, zoals alleen hij dat kan.

‘Dat dekzeil komt goed’, antwoord ik, ‘Geef mijn broer maar een ‘kluif’, dan gaat ‘ie vanavond daar mee aan de slag’. Mijn broer in dienst van de zeilmakerij van m’n vader, gevestigd op de Prinsengracht, tegenover de Westertoren. Een kleine nering in de kelder van een grachtenpand, met een oppervlakte van nog geen honderd vierkante meter. Ondanks die kleine oppervlakte draaide de zeilmakerij topomzetten.

Even vertellen over m’n handige broer. Omdat de door ons geroofde geldkoffers, als beveiliging ontzettend veel rook afgaven, had m’n broer een iets grotere  koffer gemaakt, waarin de door ons buit gemaakte geldkoffer precies in paste en luchtdicht gemaakt: maar dat terzijde. Terug naar die Lange.

Die mij al rennend, nog een paar van die handige instructies gaf waar ik, als geldrover wat mee kon doen. ‘De pieper  moet je vragen’,  roept die Lange. Die pieper dus, een soort transmitter die een geldloper bij zich heeft en waarmee hij het plofmechanisme in zo’n koffer kan activeren. Als je deze pieper had gebeurde dat niet,  waardoor wij het ontplofte geld niet meer behoefde te wassen. Daar kom je nou mee aan zeg ik verontwaardigt. Deze wetenschap was mij nog totaal onbekend. En had mij een hoop moeite bespaard.

klem gereden replica van een Brinks geldwagen
met fl 2.500.000,00

Rep en roer

Twee dagen later breng ik hem, een door mijn broer gemaakte, groot, blauw vrachtwagenzeil. Tijdens de overhandiging heeft die Lange nog een mooie tip voor mij. Betrof het Okura Hotel in Amsterdam. Waar in de hal een bank gevestigd zit. Die iedere maandagmorgen door een geldloper met een koffer, gevuld met 150.000 gulden wordt bevoorraad. Of ik daarbij vooral de pieper niet wil vergeten te vragen, voegde die Lange daar aan toe. Op de eerste maandagochtend neem ik een kijkje in de lobby van die bank. Waar niet veel later  de geldwagen komt aan gereden. Ik maak mij gereed en loop richting geldloper. Hoor ik opeens iemand schreeuwen ‘Hier die koffer’. Gevolgd door ‘En ook die pieper’! Krijg nou wat,! dát was mijn tekst,! Dat had ik moeten roepen.

Loopt daar een gozer met de buit weg en besef ik terstond dat ik getuige van die roof  ben. Daar had ik even geen zin in. En ben hem direct gesmeerd. De hele buurt meteen in rep en roer.

‘Krijg de pestpleuris’, roept Mel terwijl ik in zijn Golf spring. ‘Lekker zo’n tip’. Voordat die Lange denkt dat wij die klus hadden gedaan, en hem het tipgeld niet willen geven, rijden wij direct naar hem toe. Bleek dat één van z’n maten die tip had door gegeven.

Een paar dagen later zit ik in de zeilmakerij op Prinsengracht. Gaat de telefoon over. Blijkt Nick aan de lijn te zijn, één van m’n broeders in het kwaad.  ‘Koop snel een krant’, roept Nick door de hoorn. Het is helemaal mis met die Lange’. Ik verstijf ter plekke, ren de zaak uit en koop bij de sigarenboer op de hoek de middageditie van Het Nieuws van de Dag. Krantenkoppen, gezet in chocoladeletters spatte van de pagina af. ‘Nepgeldwagen klem gereden op de Haarlemmerweg’, lees ik.

De versie van die Lange

‘Goede morgen, dames en heren, hoeveel koffers mag ik in ontvangst nemen’?, riep de die Lange bij binnenkomst van de bank. Het veiligheidsprotocol was zo, dat het aantal opgehaalde volle koffers, het zelfde aantal moest zijn die leeg bij  zo’n bankfiliaal  werden afgeleverd. Je moet er niet aandenken dat zo’n bankmedewerker zegt ‘tien stuks’, en je hebt deze niet bij je. Dan sta je mooi voor schut. Dus er moesten genoeg lege koffers aanwezig zijn. Vandaar dat wij voor nog eens vijftien overvallen verantwoordelijk werden gehouden. In de nepgeldwagen lagen dus twaalf lege geldkoffers. Deze keer ging het om vijf volle koffers, wat goed was voor 2.500.000,00 gulden. Mooie buit vooral om dat er geen vuurwapen aan te pas was gekomen. Op de Haarlemmerweg werd uiteindelijk die Lange met z’n geldwagen klem gereden.

 Wijnand, hoogbegaafd, bedenker van criminele acties van een heel ‘hollywoodniveau’ sprong met twee volle koffers in een sloot. Om vervolgens met grote stappen zijn vrijheid tegemoet te rennen: twee pistoolschoten van de politie negerend. Bij een parkeerplaatsje aangekomen ziet hij daar een Dafje weg rijden. Jammer voor hem, want had een goed vluchtmiddel geweest. Op aanwijzing van een getuigen wist de massaal opgekomen politie hem onder een geparkeerde auto vandaan te slepen. Einde oefening. Acht jaar gevangenis mocht hij opknappen. Weken daarna werd ik opgehaald door de recherche. Na een weekje voorarrest waarbij ik telkens op mijn zwijgrecht wees, werd ik heen gezonden. Dat gebeurde pas nadat een smeris, in dienst van het CID, een bij mij gevonden Kalasjnikov voor m’n porem hield. Waarop mijn advocaat later tegen de rechter betoogde dat deze bedoeld was om mijn pitbulls, als deze dol mochten worden, mee dood te schieten. Waarop de rechter antwoordde of ik niet iets kleiners had kunnen kopen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s