Thaise gekkigheid

Frans is een gabber van me. Hij helpt me af en toe met een klusje en staat altijd voor me klaar. Ik heb zelfs een sleutel van zijn huis in Amsterdam-Zuid. Heb ik thuis weer eens hommeles, dan kan ik daar altijd terecht. Na mijn parachutesprong op Texel, voel ik een enorme behoefte om hem te bedanken voor al zijn steun door de jaren heen. Dus ik rij naar hem toe, maar wat schetst mijn verbazing? Mensen van de gemeente zijn bezig met de ontruiming van… het huis van Frans. Waterbed, hoekbank, alles wordt zo een container in geflikkerd. Frans staat er beduusd bij en kijkt ernaar. Dan ziet hij mij en vertelt me dat hij zijn huur een tijdje niet heeft betaald. ‘Pak je paspoort Frans’, zeg ik. ‘Dit is de mooiste dag uit je leven!’

Zoals een echte vriend betaamt, doet hij wat ik hem vraag en een kwartier later zijn we onderweg. Naar Brussel, met de trein. Vanuit het penthouse in het Hilton hebben we uitzicht op Thai Airways. Dit uitzicht blijkt een vooruitzicht. Twee dagen later zitten we in het vliegtuig met als eindbestemming Ko Samui. En het is er prachtig. Parelwitte stranden, gezellige barretjes, jungle. We huren een dikke Jeep en twee scooters en het mooie leven kan beginnen.

Voor ik het weet heb ik verkering en als een echte heer breng ik mijn meissie op een avond thuis bij haar familie, een paar dorpen verderop. De weg terug verloopt minder voorspoedig. In het donker raak ik volledig de weg kwijt en op het moment dat het alweer licht wordt, besluit ik de weg maar eens te gaan vragen. Maar ja, niemand te bekennen.

Na een tijdje zoeken zie ik iemand spullen op een pick-uptruck laden. Ik kijk… wrijf in mijn ogen… kijk nog een keer. Het is mijn maat die er na onze bankroof met de fiets vandoor ging. Ik rij naar hem toe en vraag of hij misschien weet waar hier een goede bank zit. Hij kijkt op en begint te lachen. ‘Dit gaat echt niemand geloven ouwe’, schatert hij.

Uren zitten we op de boot die hij heeft gehuurd met zijn Haagse vrienden. Afwisselend pissen we in onze broek van het lachen of kijken we elkaar vol ongeloof aan. Hoe is het mogelijk? Dat je elkaar – na een bankroof waarbij ieder zijn eigen kant op gaat – op 10.000 kilometer van huis zo tegen het lijf loopt. Zijn Haagse vrienden geloven er geen reet van. ‘Pleurt toch op jullie’, zeggen ze. ‘Jullie hebben gewoon afgesproken. Maak ons nâh nie gèk hè!’

Op de boot loop ik de eerste zonnesteek van mijn leven op. De blaren staan op mijn voorhoofd. Tsja, ook boeven moeten smeren, maar Jezus, wat doet dit een pijn. Alleen deppen met pure alcohol verzacht de pijn voor een paar seconden. Ook een boevenleven gaat niet altijd over rozen. We blijven een paar weken samen. Dan vliegt hij met zijn vrouw naar het koude Nederland voor zaken. Meneer heeft wat hoerenpanden gekocht in Arnhem. Frans en ik hebben het eiland ook wel gezien en besluiten naar Pattaya te vliegen.

In Pattaya beleef ik het ene na het andere avontuur. Zo ontmoeten we kick- en Thaibokser Ramon Dekkers († 27-02-2013) en voeren hem dronken. Een geweldige avond hebben we. Hij ook. Maar ’s ochtends staat er een boze trainer-coach bij het zwembad. Of iemand weet wie die Eus en Frans zijn. Zijn pupil Ramon ligt namelijk op bed met een kater van jewelste en moet vanavond vechten. Wie die Rooie ooit heeft zien vechten, weet wat een leeuwenhart is. Maar of dat vanavond ook zo zal zijn? De volgende dag vliegt Frans met een pak geld terug naar Nederland. Hij heeft ‘hoerenzaken’ te doen. Ik ruik nieuwe avonturen, dus ik blijf!

Het volgende avontuur vindt zijn oorsprong ‘iets noordelijker’: China White no. 4. Wie de film Pulp Fiction van Tarantino heeft gezien, weet wat dit spul met je kan doen. In korte tijd hebben we de plaatselijke voorraad coke erdoorheen gejaagd. Nu heb ik net een fles whisky Mekong achter mijn kiezen – wat-een-bocht – en heb ik toch wéer behoefte aan een snuif. Na enige tijd vind ik een ventje dat zegt wel goed spul te kunnen regelen. Hij zal er weliswaar twee uur voor onderweg zijn met de scooter, maar als de nood hoog is… Mijn geduld wordt beloond met een bus met wit poeder.

Ik ben vanavond samen met een paar meiden en Helmut, mijn nieuwe vriend uit Oostenrijk, die naar hier is gevlucht omdat hij thuis gezocht wordt voor doodslag. Hij heeft nog een fles Tequila gekocht. De meiden vragen of we zin hebben om op de hotelkamer verder te feesten. Natuurlijk hebben we dat. Dan kunnen we gelijk onze nieuwe dope nuttigen. Ik leg vier hele dikke lijnen neer, snuif ze van de spiegel en leg voor Helmut eenzelfde portie neer. Vanaf dat moment beland ik in een hele slechte droom.

Zeker twee dagen liggen we in coma en als door een wonder stikken we niet in onze eigen kots. Uiteindelijk weet ik me door de kamer – die echt helemaal onder het braaksel zit – naar de badkamer te slepen. Daar lig ik voor mijn gevoel zo’n beetje een dag als ik stokken in mijn zij voel porren. Ik kijk op en zie twee Thaise agenten. Aan de toon te horen roepen ze dat het niet zo goed met me gaat. Snel sluit ik mijn ogen. Gewoon verder doodgaan of wegdromen, dan gaan ze vanzelf wel weer weg. Dat gebeurt. Goddank.

Na een dag of drie kom ik weer een beetje bij zinnen. Ik maak Helmut wakker en we lopen wat onvast door de hotelkamer. Bij het raam krimpen onze magen meteen weer samen. ‘Wuooooaaaa.’ Het is kokhalzen zonder resultaat. We zijn leeg. Letterlijk en figuurlijk. Onze nieuwe vriendinnen blijken ons te hebben beroofd toen we out waren. Nooit gedacht dat ik het ooit zou zeggen, maar wat is het fijn om beroofd te zijn. Helemaal omdat ze ook de Chinese heroïne, zo’n 10 gram schat ik, hebben meegenomen. Anders waren de Thaise agenten waarschijnlijk niet zomaar vertrokken. Dan was ik nu of een veelbelovend Thaibokser geweest of ik zou genoeg tijd hebben om te taal vloeiend te leren spreken. Als de doodstraf tussendoor niet uitgevoerd zou worden dan. Anyhow, het geluk is met de dommen.

Voorzichtig lopen we de trappen af en gaan langs de receptie naar buiten. Het eerste wat ik doe is een van de grote Spa Blauwachtige flessen pakken, die echt overal lijken te staan. Na de eerste slok trekt mijn maag weer samen en spuug ik het uit over een opdringerige tuktukchauffeur. Die wordt niet boos, maar zegt lachend: ‘Happy Songkran!’ Wat blijkt? Het is Songkran, Thais nieuwjaar, waarbij iedereen elkaar nat gooit met water. De chauffeur rijdt ons naar mijn luxe resort waar mijn nieuwe vriendin op me wacht. Ze is alweer mijn vierde of vijfde vriendin sinds ik in Thailand ben. ‘Waar is mijn spaarvarken nou gebleven?’, had ze zich bezorgd afgevraagd, maar verder had ze zich uitstekend vermaakt op het resort.

Toch is ze ook het levende bewijs dat ‘love you long time’ echt bestaat. Omdat mijn maag maar blijft samentrekken en ik niets kan binnenhouden, neemt ze me mee naar een kliniek. Hier ga ik meteen aan het infuus. Mijn vriendin toont zich hier van haar liefste en meest zorgzame kant. Na een paar uur ben ik weer het mannetje en krijg ik alweer praatjes. Samen halen we Helmut op, die boven de Bulldog net buiten Pattaya woont. Ook hij is na twee zakken glucose weer de oude. Ik ben blij dat dit hachelijke avontuur ten einde is, maar vreemd genoeg had ik het ook voor geen goud willen missen.

In de Bulldog gaat mijn telefoon onophoudelijk. Mijn vrouw in Nederland vindt het kennelijk wel genoeg geweest: 12 weken weg zonder iets van me te laten horen. Natuurlijk kom ik wel vaker een paar dagen niet thuis. Maar dan zit ik met een paar vrienden in een van onze Jordanese kroegen. Iedereen daar weet dat we huisvrees hebben en nog een avondje doorhalen omdat we toch al ruzie hebben. Nu is een van mijn matties doorgeslagen en heeft haar verteld waar ik zit. Wie mijn vrouw – die behoorlijk bedreven is in kickboksen – een beetje kent, weet dat dit geen schande is. Uiteindelijk neem ik op en haar boodschap is duidelijk. Als ik binnen 48 uur niet thuis ben, kom ik er nooit meer in. ‘Tijd om naar huis te gaan’, denk ik. Bij het aantrekken van mijn jas steek ik mijn hand nog tussen de wieken van de draaiende plafondventilator. Dus zit ik de hele terugreis met een bebloede, hevig kloppende vinger in een servet gevouwen. Een sprekend einde van drie maanden gekkigheid in Thailand.

In het resort zijn ze blij dat deze gekkigheid eindelijk vertrekt. De laatste verrassing die ik voor ze in petto heb is dat de kluis moet worden opengebroken. Vermoedelijk is de sleutel verdwenen tijdens het avontuur met de China White. Ik ben blij verrast dat er nog voldoende geld in de kluis ligt om alle schade van het resort te betalen. Mij wordt wel vriendelijk gevraagd om bij een volgend bezoek aan Thailand een ander hotel te nemen. Gek hoor. Ze stellen avontuurlijke mensen hier blijkbaar niet op prijs. Net als thuis. Hoewel ik over mijn thuiskomst niets te klagen heb. Koninginnenacht blijkt net te zijn afgelopen en mijn vrouw zit nog wat na te spacen met twee vriendinnen. Geen beter moment om thuis te komen dacht ik zo…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s