De kunst van het ontsnappen

Weet je waar ik nou vrolijk van word? Van Qualid Sekaki. Qualid,  een Belgische boef van Marokkaanse afkomst,  ontsnapte laatst uit de streng bewaakte gevangenis van Turnhout. En wist vervolgens Thailand te bereiken. Waar hij, jennend, zijn gevangenisbadge, én een vakantiekaartje met de hartelijke groeten naar de gevangenisdirectie stuurde. Qualid hoefde nog maar twee jaar te zitten. Maar zijn drang naar vrijheid en avontuur waren voor hem té sterk.  


Ontsnappen uit de lik. De droom van iedere bajesboef. En ik wéét wat dat is. Ik ben dan ook een kenner. Zelf was ik ook eens uit de bak ontsnapt. In het begin van mijn boevencarrière zat ik vast in de jeugdgevangenis Nieuw Vosseveld, een ‘lik’ gevestigd in Vught. De jeugdgevangenis van Vught,  met  als directeur, ene Koehorst, een buitengewone enge man. Koehorst  dus, wilde het Amsterdamse ‘tuig’ wel even de oren wassen. Wat tot uiting kwam in sadistische pesterijen. Zo diende het familiebezoek eerst een vragenlijst in te vullen. Was één vakje niet aangevinkt dan liet Koehorst mijn bezoek dood gewoon buiten staan. Deze mensen hadden wel twee uur reistijd er op zitten. Toen ik dat vernam was ik helemaal ‘over de zeik’.

Op het terrein, nét buiten de gevangenis, bevond zich ook een opvangkamp van Molukkers. Wat was nou het geval? In Alphen aan de Rijn had ik een tijdje verkering gehad met Liesje, een wondermooi Molukse meisje. Ik was niet alleen met Liesje bevriend maar tevens met al haar broers en neven. Daardoor kende ik de mores van de Molukse mensen als geen ander. Dit wetende klom ik over het gevangenishek, sloop door een greppel en passeerde de scherpe prikkeldraad versperringen. Een Molukse man was daar getuige van.  Met het sinistere geluid van de blaffende gevangenishonden op de achtergrond, opende deze Molukse Samaritaan de kofferdeksel van zijn auto: ‘Duik hier maar in jongen’, riep hij. Ik bedankte hem vriendelijk, waarop hij mij lachend aankeek. Even later zette hij mij af bij een  treinstation.  Grappig detail: ik was eerder terug in Mokum dan mijn beoogde bezoek.

Twee weken later, en nog steeds op de vlucht, zat ik zonder geld. Om dat te verhelpen beraamde ik een boevenplan waar mijn criminele vrienden niets in zagen. Uiteindelijk besloot ik weer terug te keren naar de gevangenis van Vught, én zijn enge directeur. Dat deed ik wel in stijl, met een gestolen auto die ik in die tijd zo snel steelde, dat het leek of ik de sleutel had. Bij de gevangenispoort meldde ik mij bij de poort. Waar mij, tot m’n stomme verbazing  de toegang geweigerd werd. ‘Ik ben twee weken geleden ontsnapt’, riep ik tegen de portier, ‘En daar ben ik weer’. Zijn antwoord was nog meer verbijsterend: ‘Pech voor jou jongen, ga je maar melden bij het lokale politiebureau’.  Daar had ik geen zin in. En besloot om op dezelfde weg als ik was ontsnapt, weer de gevangenis naar binnen te gaan. Via de greppel en langs het prikkeldraad kwam ik op het terrein waar het hoofdgebouw staat. Achter de ramen zag ik een stel gevangenisvrienden naar de televisie kijken. Vanuit het donker gooide ik een steen tegen het bewapende glas. Voor de aanwezige bewakers hét sein om groot alarm te geven, waarop een peloton bewakers naar buiten stormden.  Met voorop, als een SS’er, die griezel van een Koehorst: aan de lijn  een schuimbekkende herdershond.

Zodra de laatste bewaker, mét blaffende herdershond over de slotgracht liep, sloop ik naar binnen. Waar ik op een bankje tegenover de ingangsloge plaats nam. De bewaker in de loge,  druk met de krant, volgde via de portofoon de zoekactie.  Het personeel had het vermoeden dat ik op het gevangenisterrein drugs aan het verstoppen was. En de bewaker in de loge, had mij nog steeds niet in de gaten. De spanning begon bij mij op te lopen. Wat zouden ze met mij doen als ze mij in de gaten kregen? Om aandacht te trekken kuchte ik. Waarop de bewaker verstoord over z’n krant heen keek en zich vervolgens de pleuris schrok.

Dan gebeurde er meerdere dingen tegelijk. Hij probeerde zijn portofoon te pakken, maar stootte die van de tafel. Met zijn andere hand wist hij die op te vangen. Heel hilarisch. ‘Hij is hier’!, hoorde ik hem door die portofoon schreeuwen. Hét sein voor het speurteam om naar binnen te stormen. Binnen tien minuten lag ik in de isoleercel. Volgens Koehorst had ik drugs verstopt, en was bovendien uit én in- de gevangenis gebroken. Koehorst gaf mij vervolgens twee weken isoleercel waarbij niemand met mij mocht praten.  Voor de jongens van de bewaking, die om mij, die gekke Amsterdammer vaak moesten lachen, een véél te zware straf. Na twee weken straf moest ik mij melden bij Koehorst.

Op z’n bureau zaten achteloos, twee bewakers. Koehorst als een scherprechter daar achter. Het was net een scene uit de Hollywoodkraker, One flew over the cuckoos’s nest.  Met een minzaam lachje vroeg Koehorst of ik mijn lesje wel geleerd had, en waar ik die drugs verstopt had. Wat mijnheer bedoelde  met drugs? Ik was op hangende pootjes terug gekomen. Bovendien moest ik nog maar zes weken zitten, gaf ik als antwoord. Die zes weken kon ik wel vergeten, gaf sadist Koehorst ten antwoord. Hij ging bij de politie aangifte doen wegens inbraak, riep hij met een wellustige blik in z’n ogen. ‘Nou, dat staat dan mooi op mijn boeven-cv’, gaf ik als antwoord. Waarop de twee jongens van de bewaking in de lach schoten. ‘Jij gaat weer twee weken terug in de isolatiecel’, brulde hij met een van woede, rood aangelopen harses.

De Volkskrant van september 1999.

Toevallig kon ik de regels van het gevangeniswezen in Nederland,omdat het personeel mij daarop wees. En daar staat in, dat een gevangene nóóit langer dan twee weken in de isolatie mag. Aan humanitaire regels had die  Koehorst schijt.  Deze sadist wilde mij als extra straf ook op de ‘fiets’ zetten. Dat laatste, een middeleeuws marteltuig, want een brancard met leren riemen, waarop een gevangene op vast gebonden werd. Iets dat de bewakers té ver ging.   Die weigerde dat met het argument dat ik rustig was. Dezelfde nacht werd ik uit de isolatiecel gehaald. Ik moest mijn gevangenis overall uittrekken, en kreeg mijn eigen kleding terug. Op de binnenplaats wachtte een boevenwagen. Bestemming de gevangenis van Breda. Bij de boevenwagen zwaaide Koehorst mij uit met de kreet dat ik in Breda opnieuw berecht zou worden,voor de inbraak op het gevangenis terrein. In de  Koepel van Breda, waar op dat moment de twee laatste Duitse oorlogsmisdadigers vast zaten, hing de volgende dag op mijn celdeur een briefje met ontslag datum.Waar tot mijn verbazing op stond dat ik gewoon over  dertig dagen werd vrijgelaten. Niks aangifte, dan had hij zichzelf nog erger voor schut gezet.

Dan is het 1999, járen na mijn vrijlating uit Breda. Als ik op een morgen een dejavu kreeg. Met hoofdrolspeler  die vreselijke Koehorst. De kranten en televisiejournaals opende namelijk met het nieuws dat ‘directeur P. Koehorst van de penitentiaire inrichtingen Nieuw Vosseveld, in Vught, van toenmalig minister Korthals een zware berisping had gekregen wegens grenzen overschrijdend gedrag jegens gevangenen’. Niet veel later werd deze onbekwame sadist ontslagen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s