Anderhalve ton bij het grofvuil

De deur van de vluchtwagen wordt opgetrokken. Mel springt naar binnen. Wij scheuren direct het grote parkeerterrein af. ‘Jezus, man, waar bleef je’, vraag ik nerveus.  ‘Gas geven’, schreeuwt Mel als antwoord.

De overval werd buiten mijn gezichtsveld gepleegd. Maar nu zit ik er midden in. Mijn hart bonkt als een gek. Ik moet er voor zorgen dat de vluchtauto zo onopvallend mogelijk uit het zicht verdwijnt. Overal waar ik kijk hangen beveiligingscamera’s. Geen zorgen. Ze herkennen ons toch niet. Wij hebben ons vermomd. Vooral Mel met z’n integraalhelm is onherkenbaar. Onze auto, een donkerbruine Opel-Ascona, glijdt probleemloos het drukke verkeer op de snelweg in. Bij de eerste afslag slaan wij af. Dat is zo’n afslag waar geen einde aan lijkt te komen. Het liefst scheur ik met honderdvijftig kilometer per uur van die afslag. Om niet op te vallen, én met kramp in mijn voet, hou ik mij keurig aan de maximum snelheid van honderd kilometer.  

Bij de eerste stoplichten gekomen slaan wij direct links af, rijden door twee straatjes, en parkeren vervolgens de auto. We stappen uit. Lopen aan de achterkant van  een rij huizen, gaan onder een poortje, en stappen over in een tweede auto. Eenmaal in deze auto doen wij onze vermomming af, en stoppen deze in een grote sporttas.  Rijdend tovert Mel een grote schroevendraaier tevoorschijn, en breekt vervolgens de geldkoffer daar mee open. ‘Pestpleuris’, roept hij, als hij de bijbehorende geldbon leest. Honderdvijftigduizend gulden! Een stapel bankbiljetten die door Mel in een grote gele, plastic zak, uitgegeven door de lokale groenteboer worden gestopt.

De overval zelf

Die was er één uit het Grote Overval Lesboek. De geldloper, met volle geldkoffer, stapt op de derde verdieping van een trade-centrum in de lift. Op deze verdieping bevond zich een bankfiliaal. ‘Heel toevallig’, staat op dezelfde verdieping ook Marx, deel uitmakend van onze groep. Marx, met apparatuur, aangeschaft bij de onvolprezen Spyshop, geeft Mel een seintje. Als de nietsvermoedende geldloper beneden uit de lift stap, grist Mel de koffer uit diens handen. Appeltje,eitje. Zou je denken…..

Nadat de tweede vluchtauto was geparkeerd stappen wij over in de Golf van Mel. Op weg naar de woning van Marx, ergens in Amsterdam-Zuid, waar niet open gedaan wordt.  Van de nood, een deugd gemaakt, rijden we door naar  het Nieuwe Meer.  Om daar in het water het wapen en onze vermommingen in te dumpen. Aan de oevers van het Nieuwe Meer, cruiseplek voor homo’s, en dumpplek voor criminelen, gebeurd iets vreemds. Iets waar wij in onze plannen nóóit rekening mee hadden gehouden. De in het water gedumpte plastic zak, gevuld met stenen,  het vuurwapen en andere spullen, blijft drijven.

‘Lul’, zeg ik tegen Mel, ‘Je hebt te weinig stenen in die zak gedaan’. In paniek gooi ik een grote steen naar die drijvende zak. Die niet zonk. Na een tijdje, met onder meer een stok te staan klootzakken, hoor ik Mel verschrik roepen: ‘Pestpleuris, Eus, ‘Er staat verderop een politiewagen’. Wat hebben ze gezien? Of wat niet? We weten het niet. Rustig en zo onopvallend mogelijk lopen we terug naar de Golf van Mel. We stappen in. En moeten langs die politiewagen rijden. De weg loopt namelijk dood. Auto’s kunnen op dat weggetje amper elkaar passeren. Stress, én zenuwen, per definitie een linke combinatie. Ook bij Mel, die tijdens het passeren de buitenspiegel van die politiewagen keihard ramt.

Berg vuilniszakken

Mel in paniek. Ik ook trouwens. We gaan er in volle vaart  van door. Politie achter ons aan. Met in onze Golf de buit van de overval. Dat laatste dringt ook bij Mel door. ‘Het geld moet de auto uit’, schreeuwt hij. Ik weiger dat. Hebben wij daarvoor zó hard gewerkt, om onze zuur verdiende centjes weg te gooien? Mel bleef maar door gaan. Met argumenten dat we minstens twee jaar ‘binnen moeten zitten’, weet hij mij toch te overtuigen. Met tegenzin. Uit  het zicht van de kid spring ik uit de auto. En val daarbij op m’n knie. Bij de tuinhuisjes, gelegen bij het Nieuwe Meer, bevindt zich een grote berg grijze vuilniszakken. Ik ren daar heen. En verberg onder die zakken onze gele plastic tas, mét de buit.

In de verte zie ik zojuist de politiewagen om de hoek komen. Snel stap ik in en zeg: ‘Dit vergeef ik je niet’. Op de snelweg rijdend beseffen we opeens dat Mels auto gewoon op zijn naam staat. Mocht de politie die zak uit het Nieuwe Meer opduiken weten ze meteen dat wij een roof hadden gepleegd. Doodziek, parkeren wij de auto bij het station van Haarlem. En nemen de trein terug naar huis. Thuis gekomen stap ik onder de douche. Water doet wonderen, waarbij het besef begint door te dringen, dat ik wel gek zal zijn om dat geld daar te laten liggen. Snel kleed ik mij aan, en stap niet veel laten op m’n mountainbike. Bestemming, tuincomplex met z’n berg vuilniszakken.

Ik ben nog niet de Admiralengracht afgereden, of een zwarte Peugeot 205 GTI komt aangescheurd. Mel achter het stuur, met naast hem Marx. ‘Waar ga je heen’, vraagt ‘ie. ‘Wat dacht je zelf’,  antwoord ik. Snel zet ik de fiets in de schuur. Op weg naar die vuilnisberg. En onze poet. Wij rijden de Ring op, en komen bij de bocht van de A10, die aan de achterkant van het tuincomplex grenst. ‘Stop’, roep ik. Op de vluchtstrook stap ik uit. Klim over de vangrail en spring over de sloot. Waar ik in de verte de vuilniswagen aan zie komen. Bestemming de vuilnisberg. Pestpleuris, denk ik, daar gaat straks onze buit in. Ik trek direct een sprint en denk niet meer na. ‘Ho, ho’, schreeuw ik van verre naar de vuilnismannen, en duik vervolgens in de berg vuilnis. Waar ik meteen die gele zak er tussen uit haal.

Met de zak omhoog houdend loop ik terug. Van verre zie ik Mel en Marx  uit de wagen staan, alsof ze naar een spannende voetbalwedstrijd staan te kijken. Van euforie spring ik midden in die sloot. We rijden de vluchtstrook af de snelweg op. Staat bij de fly-over,  tot onze schrik een politiewagen.  Maar dat was puur toeval. Hoogstwaarschijnlijk dachten die smerissen dat wij een stel homo’s waren die ze de stuipen op het lijf waren gejaagd. Het Frusty-team, een recherche-eenheid speciaal opgericht om ons, kwajongens te pakken, had eens moeten weten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s