De dood van Ronnie

Hoe is het eigenlijk met Ronny ‘s vader ? Heb je die nog wel eens gezien?’ Vraag ik, terwijl ik  op een motorscooter door Amsterdam rij, stoplichten en verkeersregels negerend.  Rijdend door Mokum moest ik sterk denken aan die ‘ouwe tijd.’ ‘Nee’, antwoordt mijn maat, zittend op zijn motor.  ‘Die heeft uiteindelijk zelfmoord gepleegd. Hij kon het allemaal tóch niet verwerken’, roept deze, om vervolgens plankgas weg te scheuren. Zijn antwoord raakt mij keihard! Jezus wát een drama.

Het is het begin van de nacht van als ik over mijn scanner, de kit een kentekennummer hoor doorgeven. ‘Hé, dat nummer ken ik’, schiet het door mij heen. Ik rij door Amsterdam-Zuid in een Opel record 22 i die ik even daarvoor gestolen had. Gelukkig is het omgeroepen kenteken niet van de auto waarin ik rij. Wat een vergissing blijkt. ‘Krijg de pleuris,’ roep ik verschrikt naar mijn maat, die naast mij zit, ‘Dat zijn wij toch.’   Rijdend over de Stadionweg bemerk ik dat de politie achter ons aan rijdt. ‘Ronny, achter het stuur, vraagt of we een sprintje gaan trekken. ‘Nee’, roep ik. En die nee is mij jarenlang blijven achtervolgen. De Saab waar Mel in rijd, staat bekend als een zeer snelle auto, en als wij deze kunnen behouden, dan hebben wij twee ‘bommen’ van auto’s, voor onze klus, eind van die week. ‘Rijden’, roep ik.  We geven gas, als ik over de scanner  de politie hoor roepen dat wij gezien zijn. Er wordt om assistentie geroepen.

In  Amsterdam-Zuid, om half één die nacht, lijkt het of alle ‘pitwagens’ van de politie op straat zijn, die massaal op ons af duiken.  Wij scheuren als gekken om die wagens van ons af te schudden, en maken daarbij de fout om de stad in te rijden, in plaats richting snelweg.  Ik had gehoopt dat we de RAI zouden halen. De snelheid is gruwelijk hoog bloedstelpend is de nieuwe Opel record 22 i , én de Golfjes kunnen het niet bijhouden . In de achteruitkijkspiegel zie ik dat er steeds meer ‘pitauto’s’ bij komen. Nu ook op ons af.  Sommigen daarvan willen ons rammen. Ronnie ken ik pas een paar weken, en had, bij een van onze klussen, al eens een auto-ongeluk gehad.

Dan gebeuren meerdere dingen tegelijk. Ik hoor Ronnie, barstenvol adrenaline, schreeuwen dat ze hem niet pakken, om vervolgens de een na de ander politieauto van de weg te beuken. Als ik uit de scanner hoor  roepen dat er een agent gewond is geraakt. En dat is geen goed teken voor ons. Wij worden overvallen door paniek, en voor we het weten rijden we met honderd kilometer per uur door de stad. Richting Ruisdaelkade, waar wij uit de bocht vlogen. Om op zo’n  grote gietijzeren ANWB-paal tot stilstand te komen.  

Ik had geen gordel om, en voor ik het wist vlieg ik door het voorruit, en belandt op de motorkap.  Door de  adrenaline en daarbij behorende shock, klim ik de auto weer in en open het portier. In paniek ren ik weg. Vlak bij de op de Ruijsdaelkade zittende hoeren, hoor ik iemand schreeuwen: ‘Sta of ik schiet’! Het geluid van twee pistoolschoten vullen de nacht. ‘Die mafkezen schieten ook nog, flits het door mij heen’. 

Het is alsof ik niet meer kon rennen, en val, als in een droom, op de grond. Meerdere agenten springen letterlijk op mijn nek. Ik krijg de handboeien om. De agenten begonnen meteen naar Ron te vragen. ‘Die is mooi weggekomen’, dacht ik direct. Dat bleek anders.

Schreeuwend dat het bloed uit Ronnie’s oren spoot, en hij het niet lang meer zou maken, wilden de politie zijn adres van mij weten.    

‘Krijg de pleuris en loop naar je moer’, dat waren onze standaard antwoorden in die tijd. Wij waren beroeps en praatten nóóit met de politie. Zelfs mijn advocaat, meestal eerder op het bureau dan ik, vertelde bij de introductie, dat je je altijd op je zwijgrecht moet beroepen.  ‘Zwijgplicht, zal U bedoelen’, antwoordde ik. Het ijs was meteen gebroken. De agenten wisten meteen wat voor vlees ze in de kuip hadden als mijn advocaat, meester Vincent Kraal op het toneel verscheen.

Nadat ik die Saab had gestolen, reed een andere jongen van onze groep, genaamd Mel achter mij en Ron aan. Met de bedoeling dat hij ons eventueel ergens kon oppikken. Mel belandde uiteindelijk in een horroset van blauwe zwaailichten, politieauto’s die  tegen palen, bomen, én geparkeerde auto’s waren geramd. De door ons geramde Opel-Record 22i leek helemaal niet meer op een auto. Het werd nog erger voor Mel, als hij een ambulance-brancard, met daar over heen een laken, ziet.   ‘Luc is dood’, was het eerste wat bij Mel binnen schoot. Zijn reactie viel te begrijpen. Normaal rij ik altijd. Maar omdat ik die Saab had gestolen, sprong ik bij Ron op de passagiersstoel.

Ik werd door vier agenten weg gedragen. Op weg naar een ambulance, dacht ik zelf dat m’n been gebroken was. Mijn hoofd lag ieder geval wél open, en ik had een glassplinter in m’n oog. Aan mijn verwondingen had de politie maling. Zij stuurden de ambulance weg met de mededeling dat ik met hen, de politie, mee ging naar het bureau. Eenmaal in de cel kwam een dokter het glas uit mijn oog halen, terwijl twee ‘petten’ mij vasthielden. ‘Waar woont je vriend? Wat is zijn naam’?, werd er steeds op mij in geschreeuwd, terwijl de dokter bezig was.

Dat verhoor had een tijdje geduurd. Ik gaf geen antwoord, want wist eigenlijk  niet zoveel van Ron. Ja, hij kwam uit Geuzenveld, en zat nog maar drie weken bij ons groepje. Ron had maar één keer meegedaan aan een klusje. Maar voor de rest, wist ik bitter weinig van hem. Ja dat hij erg sportief was. De meeste boeven waren allemaal gewezen voetballers, die het nét niet gehaald hadden om prof te worden.

Acht uur in de ochtend. Na  lange verhoren had ik de politie ongeveer een plek aangewezen waar Ron kon wonen. Dat deed ik pas  nadat ze mij verteld hadden dat Ron was overleden. Twee uur later werd ik het bureau uitgezet. Op weg naar huis liep ik langs het VU waar, zoals de politie mij verteld had, Ron lag opgebaard.

Het thuisfront,  door de aanwezige Mel ingeseind dat ik verongelukt was, keek vol ongeloof en schrik toen ik de kamer binnen kwam. Er kwam immers een dooie binnen. ‘Pestpleuris’, riep een geschokte Mel, ‘Dan is Ron dood’.  Ik knikte. En vertelde vervolgens wat er gebeurd was, dat Ron een ‘sprintje wilde trekken’,  dat ik dat afraadde want ik wilde de auto graag behouden.

Nog dezelfde dag ging ik, samen met mijn ptittbulls Stoney en Sneakey,  naar het Vondelpark.  Op een grasveld lag ik, met een blauw oog naar de even blauwe lucht te staren, om alles te verwerken.

Een week later staan we op het Delflandplein, waar wij een nieuwe klus stonden voor te bereiden. Hoor ik opeens iemand zeggen, ‘Luc, daar is de vader van Ron’. Ik loop vervolgens weg. Later bleek dat die  arme man alleen maar antwoord wilde hebben op vragen. Antwoorden die hij nooit gekregen had. Ik kon die man niet onder ogen komen. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen die vader te vertellen dat zijn zoon bij een bende bankrovers zat. En dat de bendeleden heel goed met Ron waren. En dat die zelfde jongens het door Ron verdiende geld over hadden genomen zonder uitleg aan die man.

Na het ongeluk en mijn arrestatie stond in de krant een klein berichtje, dat twee autodieven tegen een ANWB-paal waren gereden. Ik had nadien daar nooit meer iets over vernomen. Ik denk te weten waarom! De politie besefte héél goed dat wij,  twee straatschoffies een auto hadden gepikt, ordinaire joyriding dus, om als represaille één daarvan, heel bewust de dood in te jagen. Ook wist de politie héél goed, dat ze een enorme puinhoop met ongelofelijk veel schade aan de stad hadden berokkend. Iedere rechter in Nederland had het optreden van de Amsterdamse politie afgekeurd om zo, als idioten op ons in te rijden. Hoogstwaarschijnlijk had Ron en zijn vader dan nog geleefd.  En ik niet nachten lang daarvan wakker had gelegen. Tsja, dat zijn de gevolgen  van mijn  crimineel verleden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s